Mijn laatste nachtmerrie

Het is donker in de kamer, ondanks het licht van de galerij dat door de gordijnen schemert. Het beperkte licht speelt met de oranje cirkels op de stof van de gordijnen en ik zie er, zo vlak voor het inslaap vallen, dieren in, en huizen, en een theepot. Mijn nieuwe wekkerradio geeft ook licht. De groene cijfers verspringen, en de kubusvorm voelt stevig en solide, zoals tijd. Ik lig veilig in bed. Op armlengte hangt het lichtkoord naast mijn bed, maar waarom zou ik het licht aan doen, als ik zo lekker in slaap aan het vallen ben?

De patronen op het gordijn lijken op een bos met bomen, met mooie ronde bladerkronen. Ik zie in mijn fantasie de dikke boomstronken. Het bos is vol met bomen, en ik loop op een paadje er tussendoor. Net als Roodkapje. Ik heb ook een mandje aan mijn arm. Maar ga ik naar mijn grootmoeder? Ik weet het niet. Ik loop verder door het donkere bos. Een kinderliedje dwarrelt door mijn hoofd ‘Zeg Roodkapje, waar ga je hene? Zo alleen, zo alleen.’ Het antwoord klopt niet. Ik ga helemaal niet naar grootmoeder om koekjes te brengen. In mijn mandje zit een fles wijn en een brood. Geen koekjes. Want die bakt mijn oma zelf. ‘In het bos wonen wilde dieren …’ Nee hoor, denk ik eigenwijs. Ik ben wel eens eerder in een bos geweest. En daar waren helemaal geen wilde dieren. Ook geen wolf. Of tijgers. Ik stap rustig door. Ben niet bang.

Het wordt donkerder. Ik loop steeds vlugger. En hoe vlugger ik loop, hoe zekerder ik weet dat er iets achter mij aan loopt. Rent. Ik ren ook. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik ben bang. Ben niet bang! Nee, ik ben niet bang. Ik kijk achterom. Is het een wolf? Een tijger? Het is groot, en het heeft veel tanden, en grote klauwen. Hij loopt net zo snel als ik. Ik ren door. Ik bedenk me dat ik nog steeds niet weet waar ik heen ga. Niet meer naar oma. Mijn mandje ben ik namelijk kwijt. Heel even ben ik weer bang, omdat ik niet weet waar ik ben of waar ik naar toe ga. En als ik bang ben, komt het monster dichterbij. Meer een tijger dan een wolf. Harder rennen!

Ik ren en ren, bochtjes om, rechtdoor, maar het monster zit nog steeds achter me. Ik zucht, wat best raar is als je zo hard loopt. Maar eerlijk gezegd heb ik het wel gehad met dat rennen. Het bos is oneindig en ik wil iets anders doen. Iets leuks. Dit is saai. Dit … is een droom. Ik realiseer me meteen dat het echt een droom is. En dan stop ik. Ik keer mijn gezicht naar het monster. Het lijkt echt op een tijger, maar met een wolvenstaart. Hij zal me blijven achtervolgen, zolang ik ren. Als ik stop, stopt hij ook. Maar als ik weer ga lopen of rennen, weet ik zeker dat hij achter me aan komt. Daar heb ik echt geen zin in.

“Nou! Kom op dan!” roep ik naar het monster. “Eet me dan op! Dan is de droom ook voorbij en kan ik wat leuks gaan doen.” Daar heeft hij niet van terug. Het monster kan me niet opjagen als ik stil sta. En dat is wat hij wil. Maar dit is míjn droom. Ik bepaal wat er wel of niet gebeurt. Het monster neemt een aanloop en springt naar mij toe met open bek. In de lucht vervaagt hij, en als hij zijn bek met veel tanden in mij wil zetten is hij al verdwenen.

Alleen ik blijf over.

Ik draai me weer om, verder het pad op. Ik sta aan de rand van het bos, en ik zie een zonovergoten veld. Ik weet nog steeds niet waar ik heen ga, en het besef dat ik droom vervaagt ook. Maar het is zonnig weer, het gras is groen en de lucht is strakblauw. Wat ik ook ga doen als ik aan het einde van het pad ben, het is vast spannend en leuk.

Het monster ben ik vergeten. Ben niet bang.

Ik was ongeveer 6 jaar oud toen ik deze droom, deze nachtmerrie, had. Ik heb daarna nooit meer een angstaanjagende nachtmerrie gehad. Tenminste, niet eentje die ik me zo helder herinnerde.

14 reacties:

  1. Wat fijn voor je dat je daarna nooit meer een enge droom hebt gehad! Zulke enge dromen als die heb ik ook niet meer, maar zo soms droom ik nog weleens dat ik iets moet doen, ergens moet zijn, of een taak moet verwezenlijken, en dat ik dan het ene na het andere vervelende obstakel op mijn pad tegenkom dat ik eerst moet overwinnen. Héél frustrerend!

    • Dat is ook frustrerend, maar dan wordt je misschien wel opgelucht wakker dat het maar een droom was. Het is altijd wel grappig wat je onderbewuste voor je voeten gooit als je slaapt.

  2. Wat bijzonder dat je dat nu nog helder herinnert. Ik heb zoveel nachtmerries of misschien gewoon slechte droom dat ik mij het niet meer kan herinneren. Ik had het vannacht nog. Je schrijft wel mooi, net als een sprookjesverhaal.

    • Er zijn wel meer dromen die ik me herinner van zo jong. Ik denk dat het altijd dromen waren die me na het wakker worden nog aan het denken zette. Deze droom is echt over angst onder ogen zien, en dat is wat sprookjes ook doen. Eigenlijk zijn dat hele enge en nare verhalen. En toch lezen we dat graag aan kinderen voor omdat ze het leuk vinden. Spannend.

  3. Soms kan een nachtmerrie je altijd bijblijven. Ik heb dat ook met 1 specifieke nachtmerrie, werd compleet in paniek wakker, niet leuk. Gelukkig heb je daarna iig nooit meer zo’n akelige nachtmerries gehad! Liefs.x

    • Het voordeel is dat deze nachtmerrie me niet deed wakker schrikken. Want dan neem je je paniek mee uit de droom. Maar nachtmerries uit je kindertijd kunnen je verder wel lang bijblijven.

  4. Typisch is dat met dromen. Het zijn wonderlijke dingen. Vroeger lukte het me wel eens ze ‘af te maken’ nadat ik wakker was geworden en weer verder ging slapen. Mijn nachtmerries hadden altijd te maken met brand en blauw/ rode lichtjes die zwaailichten waren. Tegenwoordig gelukkig geen last meer van.

    • Oow, ik snap wat je bedoelt met ‘afmaken’ 🙂 Dat lukte me vroeger ook nog wel eens, zelfs heel soms de volgende nacht! Maar dan had ik ook zoveel aan die droom gedacht dat ik ermee in slaap viel. Dan denk ik dat het makkelijker is om die droom ‘verder te volgen’.
      Brand lijkt me een enorm nare nachtmerrie. Zowel in een droom als in het echt, overigens.

  5. Jemig, wat een impact heeft ie dan gehad zeg.
    Maar wel fijn dat het daarna nooit meer is gebeurd (of in ieder geval is blijven hangen).

    • Als jong kind kan dit je heel lang bijblijven. Dromen kunnen voor kinderen heel echt aanvoelen (en soms als volwassene ook nog wel :S). Sommige kinderen zijn daar heel gevoelig voor. En hoewel dit indruk maakte, gaf het me wel het gevoel een soort van macht over mijn dromen te hebben. Ik denk dat ik daarom niet meer zo eng heb gedroomd.

  6. Wat bijzonder dat je toen al zo veel controle had over een enge droom. Echt heel knap. Maar het moet inderdaad een hoop indruk op je hebben gemaakt als je het je nu nog kan herinneren. Ik had als kind heel veel nachtmerries. Mijn ouders hebben heel wat met me te stellen gehad toen, ik denk dat ik zo’n jaar of 7 moet zijn geweest. Ik liep gillend over de gang te rennen…

  7. Nachtmerries zijn zo vervelend, gelukkig heb je ze niet vaak. Ik soms een tijdje en dan weer een tijdje niet.

  8. Aah bleh, nachtmerries zijn zo vreselijk. Ze blijven ook altijd zo lang hangen. Ik heb vaak als ik een nare droom heb gehad, ik me ’s middags nog naar voel haha. Duurt echt lang! Laat staan dat je 6 jaar was en je deze droom had.

  9. Alleen al het feit dat je het nu nog zo goed weet geeft al aan hoe eng die droom was denk ik!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *