Het is niet iets wat ik aan de grote klok heb gehangen, maar ik ben tot zo’n 6 jaar geleden aardig zwaar geweest. Daar had ik geen last van en ik kon prima doen wat ik wilde. Maar naarmate ik ouder werd verloor ik, zoals normaal is, meer spierkracht. En dus stapte ik op een dag een sportschool binnen om de spierkracht van mijn jeugd terug te halen. En daar kwam als bijzaak bij dat ik ook gewicht zou gaan verliezen. Dat betekende ook dat ik anders zou gaan eten, om zowel mijn spieropbouw te helpen als mijn gewicht naar beneden te krijgen. Mijn eetpatroon is dus beter aangepast op mijn lengte en leeftijd.
Meer of minder
Voor mijn gozer was het juist van belang dat hij zijn eetpatroon niet hoefde te veranderen naar mijn bescheiden maaltijden. Als lange man verbruikt hij nou eenmaal meer energie (en calorieën) dan ik als ukkie van een dame. Waar we eerst vaak dezelfde porties aten, begon ik langzaam aan ongeveer een derde minder te eten. Oftewel: hij eet ongeveer een derde meer per dag. Misschien zelfs wel meer. Hoewel het misschien soms lijkt alsof ik net zo veel eet, omdat ik veel calorie-arme dingen eet en hij juist calorie-rijk. Voor zijn doel om meer spieren op te bouwen moest hij namelijk vaak meer eten om de energie in te kunnen zetten bij het sporten. Dat is best lastig, als je allebei zo’n ander eetpatroon nodig hebt.

Calorieën tellen heeft tegenwoordig een negatieve connotatie. Maar voor ons werkte dat heel goed. Op een of andere manier denken de critici van deze methode dat het betekent dat je jezelf straft door niet alles te eten wat je lekker vind en waar je trek in hebt. Maar vaak zijn de dingen waar ik in ieder geval trek in heb gewoon niet gezond voor mij. Ik laat mijn hond ook geen boterkoek eten, hoe lekker hij dat ook vindt. Het is niet goed voor hem, maar hij zou het vast wel elke dag willen eten. Ik merk dat als ik meer groente eet en water drink, dat ik me lichamelijk gewoon beter voel. Het vult beter en ik krijg meer energie dan van veel vette en zoete hap. Dat betekent niet dat ik geen koekjes of chocola eet, maar dat ik daar meer van geniet als uitzondering.
Wel of geen honger
Er komt nog een probleem om de hoek kijken bij ons. Ik kan echt altijd alles eten: altijd. Ik eet als ik honger heb en ook als ik geen honger heb. Ik kan zelfs eten als ik eigenlijk vol zit. Dat is geen probleem als ik tomaatjes eet of komkommer. Het is wel een probleem als ik een extra appeltaartpunt neem als ik al drie maaltijden en 3 tussendoortjes gehad heb. Maar mijn gozer kan dus niet eten als hij vol zit. Hij eet langzamer en vaker dan ik. Gelukkig kan ik prima eten laten staan, anders zou ik steeds zijn hapjes en restjes op eten.

Het is dus lastig: allebei een ander eetpatroon en allebei blijkbaar een ander maag-volume. Ik was niet van plan twee maaltijden te koken, dus ik maak in principe gezonde en lekkere dingen, waarvan ik een derde minder eet. En ik zorg dat mijn gozer extraatjes tussendoor heeft: bijvoorbeeld omdat we restjes overhebben die de dag er na als tussendoortje door hem worden opgegeten. Mijn tussendoortjes zijn dingen als een stuk komkommer of tomaatjes, of een halve paprika met wat olijven. En natuurlijk snoepen wij ’s avonds een stukje chocola van 85% puur. En met een stukje bedoel ik dan 10 gram, geen hele reep. En eerlijk: ik heb geen honger als ik zo eet. En voor mijn gozer is veel kleine snacks en maaltijden op een dag een methode om wel genoeg te eten.
Zaterdag: pizzadag!
Echt waar: elke zaterdag eten we pizza. Niet besteld bij de pizzeria, maar zelf-gemaakt. We gebruiken een groentebodem, een beetje tomatensaus (of pesto, dat werkt ook), dan kipfilet, 30+ kaas, champignons, ui, paprika en bovenop mozzerella. Hij eet de hele pizza zo op en ik hou een derde over. En dat is de enige keer dat ik een restje over heb voor mezelf. Zondagochtend eet ik kouwe pizza en ik vind het heerlijk. Lekker, zoals toen ik student was.

Ik merk wel dat ik de laaste tijd anders eet, omdat ik nu minder vet heb en wel aan spieropbouw doe. Een heel enkele keer eet ik bijvoorbeeld wel de hele pizza op omdat ik écht nog honger heb. Of ik eet een tweede stukje chocola, of een pindakaas bij mijn appel. Of we delen een cheesecake bij de koffie. Waarbij ik écht de helft eet, want hey: cheesecake! Maar het blijft een balans voor mijzelf en mijn gozer. Zodra ik meer eet dan hij eet, weet ik dat één van ons een beetje fout zit. En nee, dat is niet altijd mijn fout. Tenzij het mijn derde stuk chocola is.

Geef een reactie