Dae leert Japans #3: hiragana

Dae leert Japans #3: hiragana

Het meest lastige aan Japans leren is de gescheven taal. Waar het Nederlands genoeg heeft aan 26 tekens voor woorden en 10 voor cijfers, kan Japans in drie verschillende teken-schriften geschreven worden. En die bestaan dan ook weer uit meer dan 26 tekens! Je hebt Kanji, op het Chinese schrift gebaseerd, katakana, om bijvoorbeeld buitenlandse woorden in te schrijven en hiragana. Hiragana is zegmaar het door-de-weekse Japanse schrift en bestaat uit 46 letters. 46! Zes-en-veertig! Laat dat even inzinken.

Oude hond, nieuwe trukjes

Een halve eeuw lang had ik dus genoeg aan de 26 tekens en 10 cijfers (die van Arabische oorsprong zijn, dus we zijn al intercultureel bezig). Nu leer ik dus niet alleen woordjes in een andere taal, en de grammatica die daarbij hoort, maar mag ik ook nog eens minimaal 46 nieuwe geschreven tekens in mijn brein opnemen. Kan dat nog wel na 50 jaar? Ik ben optimistisch en denk van wel.

Ashi, asa, ao, sushi en ohayo(huh).

In Duolingo wordt vooral geleerd hoe iets klinkt. Dat komt niet alleen doordat elk woordje en elke zin gesproken wordt door verschillende stemmen, maar ook omdat elk teken ‘vertaald’ wordt naar hoe dat in het Engels klinkt. – Terzijde: ik leer Japans met Engels als brontaal. Oh, is dat een extra moeilijke stap? Nee. On topic: veel klanken in het Japans zijn echter anders dan het Engels (of het Nederlands). Je blijft dus met en extra vertaalstap in je hoofd zitten als je de klanken wilt leren, en dus ook als je het bijbehorende schrift wilt leren.

Ongehoorde tekens

In de vorige blogpost had ik het al over O-hai-joh. Als je de tekens zoekt die daarbij horen, zie je ineens dat er nog een teken achter staat: huh. Nee, ik bedoel dat er dus ‘huh’ achterstaat – oh-hah-joh-huh. Maar bijna niemand lijkt die huh echt uit te spreken. Bijna alsof het er niet is. Ik denk dat we in het Nederlands vast ook zulke klanken hebben. De N bijvoorbeeld, achter hele werkwoorden. Of dat we niet zeggen ‘woord-EN’ maar meer ‘woord-DUN’. In het Engels heb je de K in het woord K-nife, die er gewoon voor niks staat.

In het Nederlands en Engels kan ik verschillende accenten herkennen en benoemen. Het Japans is nog zo nieuw dat ik al blij ben als ik in een anime een woordje herken, zoals Ohajoh-huh! Ik denk ook dat accenten niet echt helpen als je nog zoekt naar welke tekens bij welke klant horen. Geheid dat je dan iets verkeerd schrijft.

Hoe leer je dan een nieuwe taal?

Er is een beproefde methode: herhaling en vooral veel aan de taal blootgesteld worden. Niet voor niets worden er taalcursussen gegeven waarbij je twee weken of een paar maanden alleen maar die taal hoort spreken en je alleen in de taal je mag uiten. Als je geen keus hebt, dan leer je al snel woorden voor bijvoorbeeld het toilet, koffie, appeltaart en ‘het hoofdkussen is te hard’. Alleen door te communiceren leer je. Rijtjes uit je hoofd leren is meestal niet de beste weg. Ik kan het weten: ik ken echt die rijtjes van het Duits niet meer uit mijn hoofd.

Feit is ook dat taal een levend iets is. Het verandert voortdurend. Mijn taalgebruik is al anders dan iemand die 20 jaar geleden geboren werd. Ik ben verouderd! Voor het Japans geldt dan ook nog eens dat ik als buitenstaander niet kan beoordelen hoe de taal veranderd op dit moment. Ik denk dat Japans misschien minder verandert omdat de cultuur wat meer gericht is op tradities en gewoontes. Maar ook Japan heeft een nieuwe, jongere generatie die voortdurend duwt en trekt aan verwachtingen en tradities. Gelukkig zal een taal nooit zo snel veranderen dat het elke 10 jaar compleet anders is. Ik heb al genoeg te leren met de 46 tekens.


Eén reactie op “Dae leert Japans #3: hiragana”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.